Beroepsprofiel van onze verpleegkundigen

Op 1 april nam de Federale Raad voor Verpleegkunde een beslissing over de toekomstige competentie en het beroepsprofiel van onze verpleegkundigen, algemene zorg. Door deze beslissing zullen in de toekomst enkel bachelor- en masterstudenten kunnen starten aan een opleiding tot verpleegkundige in ons land. Dit zorgt voor heel wat beroering en bezorgdheid, vooral bij de HBO5-studenten, de vroegere A2-verpleegkundigen. Een op twee studenten in Vlaanderen volgt een HBO5-opleiding en duizenden zijn tewerkgesteld in onze ziekenhuizen, rusthuizen en in de thuiszorg. CD&V-Kamerlid Nathalie Muylle ondervroeg de minister van Volksgezondheid hierover in de plenaire vergadering.

‘Door de beslissing van gisteren is de toekomst zeer onzeker’, zegt Nathalie Muylle.  Wat met de HBO5- of A2-verpleegkundigen? Hebben zij  nog een toekomst als verpleegkundige en zal ook het werkveld betrokken worden in verder beslissingen?

Het uitgebrachte advies wordt gedragen door een grote meerderheid van de leden. De Europese richtlijn legt basiscompetenties en een’ aantal te verwerven studiepunten op voor de verpleegkundige beroepskwalificaties. De minister antwoordde dan ook dat wat de HBO5-opleiding betreft, zal er moeten geëvalueerd worden in hoeverre deze conform de Europese vereisten is. Ze zal contact opnemen met de minister bevoegd voor Onderwijs en deze inlichten over de mogelijke implicaties van de Europese beroepskwalificatierichtlijn. Voorts zal ze ook afstemmen met de ministers van Volksgezondheid van de deelstaten en laat ze weten dat er voldoend terugkoppeling geweest is met alle betrokken beroepsgroepen.

Dat we inderdaad te maken hebben met een Europese richtlijn aangaande de uren theorie en uren praktijk, dit weet Nathalie Muylle. ‘Maar men is nog een stapje verder gegaan waardoor als de regio’s de richtlijnen in hun wetgeving zullen omzetten, het niet meer toegankelijk zal zijn voor HBO5-opleidingen. Het stelt mij gerust dat iedereen in het overleg betrokken zal worden, want het zal nodig zijn.’